Vroeger gepest: wat doet dat op latere leeftijd met je?
Pesten kan diepe sporen achterlaten. In dit verhaal lees je welke invloed ervaringen uit je jeugd op latere leeftijd kunnen hebben.

De sporen die pesten kan achterlaten
Wat doet het met je wanneer je als jong meisje of jongetje op school of in je omgeving wordt gepest? Welke sporen neem je daarvan mee naar je latere leven? En hoe leer je jezelf staande te houden na zulke pijnlijke ervaringen?
Pesten kan diepe sporen achterlaten. Een kind kan zich afgewezen, machteloos, angstig of alleen gaan voelen. Misschien ontstaat zelfs het gevoel dat er iets mis is met wie je bent. Omdat een kind nog niet altijd begrijpt wat er gebeurt of er woorden aan kan geven, zoekt het manieren om met die pijn om te gaan.
Manieren om jezelf te beschermen
Kinderen kunnen heel vindingrijk zijn in het beschermen van zichzelf. Ze trekken zich terug, maken zich onzichtbaar, proberen het anderen voortdurend naar de zin te maken of gaan juist heel hard presteren. Sommigen proberen zoveel mogelijk grip op hun omgeving te krijgen.
Wat ooit nodig was om je als kind staande te houden, kan later een vast patroon worden. Je probeert daarmee te voorkomen dat je opnieuw wordt afgewezen, verlaten of gekwetst. Het patroon geeft tijdelijk een gevoel van veiligheid en controle, terwijl daaronder nog steeds de oude angst en eenzaamheid aanwezig kunnen zijn.
Niet iedereen die gepest is ontwikkelt dezelfde patronen. De één wordt onzeker en terughoudend, een ander zoekt voortdurend bevestiging en weer een ander probeert situaties en relaties sterk onder controle te houden.
Wanneer bescherming controle wordt
In een relatie of vriendschap kan die behoefte aan veiligheid zich soms uiten in claimend gedrag, jaloezie, manipulatie of het willen bepalen met wie de ander omgaat. Iemand kan de ander naar zijn of haar hand proberen te zetten of langzaam bij andere mensen vandaan houden.
Dat gebeurt niet altijd bewust. Iemand kan werkelijk denken: Ik geef alles voor jou. Ik wil alleen maar bij je zijn. Ik doe dit omdat ik zoveel van je houd. Toch kan dit voor de ander verstikkend en ongezond worden.
De behoefte aan controle kan voortkomen uit een tijd waarin iemand juist helemaal geen controle had. Door nu zelf de regie te willen houden, probeert diegene te voorkomen dat de pijn van vroeger opnieuw wordt geraakt.
Pijn uit het verleden kan dit gedrag helpen verklaren, maar maakt het niet vanzelf aanvaardbaar. Ook wanneer gedrag uit angst of trauma voortkomt, blijft ieder mens verantwoordelijk voor de manier waarop hij of zij met anderen omgaat.
Wat ligt er onder het gedrag?
Achter controlerend gedrag kan nog altijd het kind schuilgaan dat ooit bang, eenzaam en machteloos was. In de loop van de jaren zijn daar verschillende beschermingslagen omheen gebouwd. Die lagen kunnen zo vertrouwd raken dat iemand ze als een deel van zijn of haar persoonlijkheid gaat zien.
Maar een beschermingsmechanisme is niet hetzelfde als wie je werkelijk bent.
Verandering begint wanneer je durft te herkennen wat je doet en waar het vandaan komt. Wanneer je leert voelen welke angst onder je gedrag aanwezig is, zonder die angst door een ander te laten oplossen. Dat kan moeilijk zijn en soms is professionele begeleiding daarbij helpend.
Langzaam kun je ontdekken dat veiligheid niet hoeft te ontstaan door de ander vast te houden of te controleren. Werkelijke veiligheid kan groeien wanneer je jezelf leert dragen, grenzen leert respecteren en ervaart dat verbinding ook mogelijk is zonder macht of controle.